Beste feministische kameraden,

Graag stel ik jullie de belangrijke stap voorwaarts voor die deze Regering heeft gezet voor de rechten van vrouwen binnen de Belgische justitie. Dit werk is in meer dan één opzicht een vooruitgang bij het verdedigen van onze rechten en is het resultaat van een nauwe samenwerking tussen mijn kabinet en dat van Justitie.

Ik ben verheugd dat België heeft besloten de realiteit van seksueel geweld onder ogen te zien. Deze hervorming kon met name slagen dankzij de recente bewegingen voor de bevrijding van en het luisteren naar de stem van vrouwen, zoals #MeToo, en het werk van de verenigingen op het terrein. Zo wordt het Strafwetboek ontdaan van zijn patriarchale erfenis, wordt er meer rekening gehouden met de ervaringen van slachtoffers en wordt tegelijkertijd een duidelijk signaal gegeven aan daders van seksueel geweld.

 

 

Hervorming van het Strafwetboek inzake seksueel geweld

Het voorontwerp van wet tot hervorming van het Strafwetboek inzake seksueel geweld werd vandaag door de Ministerraad goedgekeurd.

Het wetsontwerp beantwoordt aan de noodzaak tot modernisering van het seksueel strafrecht, zowel op het vlak van terminologie als wat de strafbare handelingen en de aan rechters ter beschikking gestelde maatregelen betreft.

 

 

Wat de definities betreft

Het begrip “toestemming” wordt voortaan uitdrukkelijk in het Strafwetboek opgenomen, waarbij wordt benadrukt dat deze toestemming niet kan worden afgeleid uit de loutere ontstentenis van verweer van het slachtoffer.

Incest wordt een apart misdrijf.

Ook wordt een nieuwe restcategorie gecreëerd, aantasting van de seksuele integriteit, zodat dergelijke feiten op zichzelf strafbaar zullen zijn, zonder dat specifieke omstandigheden zoals verrassing, dwang of bedreiging vereist zijn. Hiermee wordt een sterk signaal afgegeven dat eraan herinnert dat iedere niet-consensuele seksuele handeling onaanvaardbaar is.

De definitie van verkrachting wordt verruimd om ook verkrachting op afstand eronder te vatten. Er is sprake van verkrachting op afstand wanneer men iemand dwingt zichzelf of iemand anders te penetreren.

 

 

Wat de daders betreft

De individualisering van de bestraffing blijft een fundamenteel principe, waarvan het belang door vele rapporten wordt aangetoond. De behandeling en/of begeleiding van daders is de meest effectieve manier om recidive te voorkomen en moet bijgevolg deel uitmaken van het straffenarsenaal dat ter beschikking staat van de strafrechter.

Alternatieve straffen, zoals de probatie of het elektronisch toezicht, zullen voortaan mogelijk zijn voor seksuele misdrijven en worden dus niet langer a priori uitgesloten.

Een straf heeft alleen zin als de dader daarna geen seksueel geweld meer pleegt. Op die manier doen we niet alleen recht aan het slachtoffer, maar zorgen we er ook voor dat recidive wordt voorkomen. Alternatieve straffen zijn dus een belangrijk onderdeel van het straffenarsenaal tegen seksueel geweld.

Naast de bestaande woon- en plaatsverboden[5] zullen rechters nu ook een contactverbod met het slachtoffer kunnen opleggen.

 

 

Wat de verzwarende omstandigheden betreft

Men gaat ook over tot een uitbreiding en toevoeging van verzwarende omstandigheden.

Allereerst wat betreft de discriminerende drijfveer, de “beweegredenen” van de dader bij seksueel geweld[6], worden voortaan ook de criteria bevalling, ouderschap, geslachtsverandering, genderidentiteit en genderexpressie beschermd[7].

Daarnaast wordt het toepassingsgebied van de verzwarende omstandigheid ook verruimd naar “discriminatie bij associatie”. Dit houdt in dat één van de drijfveren van de dader erin bestaat dat het slachtoffer een band (of vermeende band) heeft met een persoon ten aanzien van wie de dader haat, misprijzen of vijandigheid koestert wegens één of meerdere discriminatiecriteria.

Vervolgens worden er ook nieuwe verzwarende omstandigheden geïntroduceerd, zoals de toediening van weerloos makende stoffen[8] of een zwangerschapsafbreking die werd veroorzaakt door het seksueel geweld.

Tot slot wordt de impact van seksueel geweld op de mentale gezondheid expliciet in overweging genomen wat de werkonbekwaamheid betreft.

 

 

Nieuwe middelen voor Justitie voor de bestrijding van seksueel geweld

Als verantwoordelijke voor het nationaal actieplan ter bestrijding van gendergerelateerd geweld (NAP) 2021-2025, ben ik ook verheugd over de nieuwe middelen die aan Justitie zijn toegekend om haar taken in de strijd tegen geweld tegen vrouwen te kunnen vervullen.

Het maatschappelijk middenveld waarschuwt vaak voor de ontoereikendheid van de financiële middelen van Justitie in dit verband, aangezien dit gebrek aan middelen verhindert dat alle slachtoffers en alle vormen van geweld naar behoren worden behandeld. Dit leidt tot vele seponeringen en een schadelijk gevoel van straffeloosheid van de daders.

De Belgische parketten krijgen jaarlijks 50.000 nieuwe zaken van huiselijk geweld. Door de aanwerving van 30 nieuwe criminologen, waarvan 15 vanaf oktober 2021, zullen zij beter kunnen inspelen op de toenemende vraag waarmee zij te maken krijgen.

Ik werk daarnaast ook verder aan het NAP 2021-2025 in de overtuiging dat dit vergezeld zal gaan van voldoende middelen om maatregelen voor preventie, bescherming en vervolging uit te voeren.

 

 

Zoals u ziet ben ik verheugd over deze hervorming, die een belangrijke stap is in de strijd tegen geweld tegen vrouwen. Deze zal noodzakelijkerwijs deel moeten uitmaken van een breder systeem wat preventie betreft, maar ook wat de begeleiding van slachtoffers betreft, hetgeen onder meer gerealiseerd zal worden door de oprichting van nieuwe zorgcentra na seksueel geweld. Er zijn nu al drie van dergelijke centra en tegen 2024 zullen er tien over het hele land verspreid zijn.

 

Hoogachtend,

 

Sarah Schlitz,

Staatssecretaris voor Gendergelijkheid, Gelijke Kansen en Diversiteit

Share This